Pagina's

Nieuws!

Meer faillissementen

Het aantal failliet verklaarde bedrijven is gestegen. In juni 2016 zijn er 38 faillissementen meer uitgesproken dan in mei, meldt CBS. De stijging volgt op drie maanden met een daling. De meeste faillissementen in juni zijn opnieuw uitgesproken in de handel.

Aantal faillissementen van bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken), voor zittingsdagen gecorrigeerd
Dalende trend
Het aantal uitgesproken faillissementen, voor zittingsdagen gecorrigeerd, piekte in mei 2013. Daarna is er sprake van een dalende trend en bereikte het aantal faillissementen in augustus 2015 het laagste niveau sinds oktober 2008. Vervolgens liep het aantal faillissementen zes maanden lang bijna onafgebroken op, om daarna weer drie maanden te dalen. In juni is er echter weer sprake van een toename.

Het aantal voor zittingsdagen gecorrigeerde faillissementen fluctueert. Dalingen en stijgingen volgen elkaar op. Sinds mei 2013 is de trend dalend. In de eerste helft van 2016 is het aantal faillissementen bijna een vijfde lager dan in de eerste helft van 2015.

Meeste faillissementen in handel
Niet gecorrigeerd voor zittingsdagen zijn er 361 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) in juni 2016 failliet verklaard. De meeste faillissementen zijn uitgesproken in de handel, namelijk 77. Bij de financiële instellingen kwam het aantal faillissementen uit op 62. De handel en de financiële dienstverlening behoren tot de bedrijfstakken met de meeste bedrijven. Relatief gezien zijn de meeste bedrijven failliet verklaard in de horeca.

Aantal faillissementen bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken), naar bedrijfstak, juni 2016HandelFinanciële instellingenSpecialistische zakelijke diensten (o.a. advisering en onderzoek)BouwnijverheidIndustrieVerhuur; overige zakelijke dienstenHorecaGezondheids- & welzijnszorgVervoer & opslagInformatie & communicatieCultuur, sport en recreatieVerhuur; handel van onroerend goed
De cijfers in dit bericht zijn voorlopig en kunnen worden bijgesteld.


FNV luidt noodklok over faillissementen in de thuiszorg

De FNV luidt de noodklok over faillissementen in de thuiszorg. Directe aanleiding is het failissement van thuiszorgaanbieder Stichting ZorgBedrijf en het daaronder vallende Thuiszorg Noord-Holland.

De rechtbank Noord-Holland heeft gisteren het faillissement uitgesproken over de stichting, die op 15 juli surseance van betaling had aangevraagd. Bij het faillissement zijn tweehonderd medewerkers betrokken en, in de woorden van FNV, "vele honderden kwetsbare ouderen". De curator zegt tegen Nu.nl dat hij in gesprek is met de gemeenten, verzekeraars en private partijen over een mogelijke doorstart van het bedrijf.

Het omvallen van zorginstellingen als Thebe, Pantein-Vivent, TSN, Diafaan, Solace en nu ook het ZorgBedrijf en Thuiszorg Noord-Holland heeft volgens FNV gevolgen voor zo’n 17 duizend medewerkers en 60 duizend kwetsbare mensen. “Gemeenten moeten ophouden met de doorgeslagen bezuinigingen, zodat nóg meer faillissementen voorkomen kunnen worden”, zegt Sarah Dobbe van de FNV. Zij noemt de bezuinigingen van gemeenten op de huishoudelijke zorg een oorzaak van de faillissementen. Ondanks dat FNV in december een akkoord heeft gesloten met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waarmee een groot deel van de bezuinigingen op de thuiszorg is teruggedraaid, gaan veel gemeenten door met bezuinigen, volgens Dobbe.
Wrang
Zij noemt het wrang dat eerder al bleek dat gemeenten in 2015 360 miljoen hebben overgehouden op de huishoudelijke zorg "en dat het geld er dus gewoon is, maar niet aan zorg wordt besteed". Daar komt volgens Dobbe bij dat dat de hoogste bestuursrechter in mei dit jaar heeft gesteld dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de huishoudelijke zorg, maar dat vele gemeenten zich nog steeds niet aan de wet houden. "Dit moet stoppen", zegt ze.

Volgens Dobbe is de FNV is aan de slag gegaan om een goede oplossing voor de medewerkers en cliënten van Stichting Zorgbedrijf en Thuiszorg Noord-Holland te krijgen. "Dat betekent dat de cliënten hun zorg houden, want de gemeente blijft verantwoordelijk voor de zorg van deze mensen. En dat betekent ook dat de zorgmedewerkers tegen dezelfde arbeidsvoorwaarden hun werk behouden, zodat de cliënt en de thuiszorgmedewerker – de zogenaamde koppeltjes -  samen blijven."